Startdag LOCUS op 5 december (inschrijven nog tot vrijdag 28 november)

Het nieuwe steunpunt LOCUS is klaar voor een enthousiaste start en dat willen we graag met jou vieren.

Welke resultaten wil LOCUS behalen? Hoe? Wie van VCOB en Cultuur Lokaal komt waar terecht en wie doet er wat? Je komt het allemaal te weten op vrijdag 5 december vanaf 13 uur in de KVS in Brussel.

We beginnen met de voorstelling van LOCUS en de afstemming met Bibnet . Met een heuse interactieve stemronde peilen we naar jullie reacties. Bij een feestelijk glas hebben we daarna volop gelegenheid om onze meningen en weetjes uit te wisselen. Een guitige fanfare loodst ons naar 2009 en een bezielde nieuwe start. Een handig cadeautje ligt voor elke deelnemer klaar.

  • De startdag vindt plaats op vrijdag 5 december van 13 tot 17 uur in de KVS te Brussel, Arduinkaai 7.
  • Deelname is gratis.
  • Online inschrijven is noodzakelijk en kan nog tot nu vrijdag 28 november.
  • Je ontvangt via mail en ten laatste op dinsdag 2 december een bevestiging met routebeschrijving.

Het hele LOCUS-team heet jou alvast van harte welkom.

Startdag LOCUS 05/12/08

LOCUS gaat vanaf januari 2009 officieel van start en is volop in voorbereiding.

Op vrijdag 5 december 2008 wordt het steunpunt feestelijk gelanceerd in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel (www.kvs.be).

Wilt u graag kennismaken met het nieuwe beleid en alle collega’s van LOCUS? U ontvangt in het najaar meer informatie en een uitnodiging.

Reageren kunt u altijd hier.

En nu vooruit!

Stap voor stap komen we dichter bij een nieuw steunpunt dat het lokale cultuurbeleid en de werking van de bibliotheken, cultuur- en gemeenschapscentra ondersteunt. Ook de uitdagingen voor de digitale bibliotheek tekenen zich duidelijker af.

Een organisatie in opbouw dus, die voluit wil gaan voor een nieuwe toekomst. Met een goed gevoel en veel goesting.

De weg is vrij, al was het niet evident om daar te geraken: de mensen kwamen uit een verschillende organisatiecultuur, maar de betrokkenheid groeide, iedereen zocht en vindt zijn eigen plek in de toekomstige nieuwe organisatie.

Wellicht vraagt u zich af wat dit alles voor het lokaal cultuurbeleid, de bibliotheken, cultuur- en gemeenschapscentra, kortom voor u betekent? Ook dat wordt steeds duidelijker. Hoe ver we momenteel staan, leest u op LOCUS en De Digitale Bibliotheek.

En nu gaan we er helemaal voor en kijken enkel nog vooruit.

Dit perspectief weerspiegelt zich ook in deze blog: de informatie die verwees naar de “oude” organisaties VCOB en Cultuur Lokaal maakt plaats voor een eerste blik op LOCUS en De Digitale Bibliotheek. Veel leesplezier. Ik hoor graag wat u hierover vindt.

Nog een zomerse groet.

Miek

Zovele gesprekken later… (en wijzer)

Participatie en inspraak, “it’s a hell of a job”. Jazeker, maar het is vooral ook een werk dat loont.
54 Bibliothecarissen, 43 cultuurbeleidscoördinatoren, 20 cultuurfunctionarissen en nog een stuk of wat musea en schepenen zijn ondertussen in tal van combinaties en gesprekken de revue gepasseerd. Opinies, visies, stellingen en axioma’s werden meestal fel en uitdrukkelijk, een zeldzame keer eerder omfloerst ter sprake gebracht. Tegenspraak en eenstemmigheid, beide waren haast altijd in eenzelfde gesprek terug te vinden. Maar juist daardoor ontstonden nuances en contouren van wat het steunpunt wel en niet moet zijn.

Breuklijnen waren er zeker, maar niet altijd waar ze verwacht werden. Bibliothecarissen, cultuurfunctionarissen en cultuurbeleidscoördinatoren stonden bijna nooit tegenover elkaar. Hoewel soms nog sprake is van onwetendheid en onbegrip, vertaald in hier en daar een sloganeske of karikaturale uitspraak, bleken bv. bibliothecarissen en cultuurfunctionarissen elkaar te vinden in gezamenlijke thema’s van organisatie, management, marketing, publieksbereik en de technologische uitdagingen van de toekomst… De grote breuklijnen liepen vaak juist doorheen de “beroepsgroepen” en hadden te maken met stedelijkheid of niet, met schaalgrootte, met lokale ambities of beperkingen, met demografische contexten en met regionale en provinciale verschillen.

De absolute uitdaging voor het nieuwe steunpunt is visieontwikkeling. Dit gold als de meest opmerkelijke constante over alle gesprekken heen. Dat was zo in coherente groepen van bibliothecarissen of cultuurfunctionarissen, evengoed als in gemengde groepen. Het gebeurde in West-Vlaanderen en in Limburg. Alle lokale cultuurwerkers zijn vragende partij voor een stevige toekomstvisie die de lokale cultuurhuizen verankert in de 21ste eeuw, vertrekkend vanuit de veelheid aan werkingen en boeiende praktijken die zich momenteel in het lokaal cultuurbeleid ontwikkelen.

Dank dus aan allen die tijd en energie vrijmaakten voor de vele gesprekken. De output hiervan vormt mee de basis voor onze strategische gesprekken met de vijf provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, met de vier belangenbehartigers, met collega-steunpunten en met strategische partners zoals Stichting Lezen, Canon en anderen, waarmee we tot een optimale complementariteit willen komen. Vanuit het werken in en met netwerken wil het nieuwe steunpunt immers een zo breed mogelijke ondersteuning van het lokale cultuurveld garanderen. Daar willen wij nu onze tijd en energie voor vrijmaken!

Bibnet krijgt nieuwe betekenis?

In een gesprek met de ICT-werkgroep van het VCOB (stuk voor stuk bibliotheekmedewerkers die een beetje meer begaan zijn met informatie- en communicatietechnologie) lag de nadruk op een aantal stellingen rond de digitale bibliotheek en de daarvoor op te richten organisatie.

Steunpunten in verandering slaat immers niet alleen op de fusie tussen Cultuur Lokaal en (een deel van) het VCOB tot een eengemaakt steunpunt, maar ook op een afsplitsing van een team van het VCOB naar een organisatie aangestuurd door de Vlaamse Overheid die zich specifiek zal toeleggen op de uitbouw van de digitale bibliotheek in Vlaanderen. Tijdens de gesprekken met de ICT-werkgroep werd duidelijk dat deze afsplitsing enkel kan slagen indien er een goede afstemming blijft met het eengemaakte steunpunt. De taakverdeling tussen de twee organisaties blijkt echter vrij duidelijk en biedt veel kansen aan beide kanten.

De ICT-werkgroep was jarenlang bezig met de promotie en responsabilisering van de bibliotheek als openbare computerruimte. Tijdens de workshop bleek dat de ondersteuning van de netwerkinfrastructuur van de bibliotheken (het Bibnet-netwerk) geen kernopdracht meer is. Gemeenten nemen dit zelf op, de prijs voor telecom daalt en met de tijd en middelen die vrijkomen kan beter worden ingezet op het gebruiksklaar maken van nieuwe technologieën zodat bibliotheken ze kunnen inzetten bij publiekswerking.

In een dynamische discussie over VCOB’s grootste project Open Vlacc, werd het belang van catalografie continu in de verf gezet. Efficiënte en kwalitatieve catalografie op de juiste schaalgrootte maakt niet enkel tijd vrij voor andere zaken, het is ook de ruggengraat van dataverbindingen (o.a. met digitaal aanbod) en bibliotheekdienstverlening. De werkgroep ziet vooral een optimalisatie van die laatste opdrachten als taak voor de op te richten organisatie. Wat efficiëntie en kwaliteit betreft ligt de bal nu vooral in het kamp van de provinciale bibliotheeksystemen die bezig zijn met consolidaties, en de lokale bibliotheken zelf (waarom vasthouden aan een ongebruiksvriendelijke opac en exotische ontsluitingsystemen?).

Samen op Trefdag

Donderdag 17 april, Trefdag van VVSG. Om 5u in de ochtend loopt mijn wekker af. Snel spring ik uit mijn bed. Ik maak me klaar en hol naar het station.
Onder het motto ‘Wij weten meer dan ik’ spoor ik op dit onmenselijk uur samen met andere vroege vogels vanuit het landelijke Vertrijk naar Gent.

Ik stap nog maar net uit in Gent Sint-Pieters of ik zie al iemand met een Trefdagzakje wandelen. Natuurlijk ben ik vergeten om de wegbeschrijving naar het ICC af te drukken. Na even zoeken spot ik terug de man met het Trefdagzakje en start mijn achtervolging.
In het ICC aangekomen, is iedereen al druk in de weer. Ik begeef me naar onze stand en samen met Rika van VCOB en Jeroen van Cultuurnet, leg ik de laatste hand aan onze stand.

Stand van CultuurNet, Cultuur Lokaal en VCOB op TrefdagCultuur Lokaal en VCOB delen een gezellig hoekje dat gevormd wordt door de BIB-letters en de Cultuur Lokaal pop-up. Cultuurnet springt in de kijker met zijn ‘Uit’-logo.

De stand heeft de hele dag door veel bekijks en de mensen nemen de tijd om onze folders en publicaties te bekijken. We krijgen bezoek van bibliothecarissen, schepenen van cultuur, cultuurbeleidscoördinatoren, OCMW-voorzitters, enz.Bezoek op de stand

De stand achter ons is de stand van het departement cultuur, jeugd, sport en media. Ook zij spreken de lokale partners aan met de ‘Iedereen kan zetelen’-campagne.
 
Na een drukke dag is het tijd voor een welverdiende receptie. Na de receptie nemen we afscheid van Jeroen van Cultuurnet. Cultuur Lokaal en VCOB blijven nog even in Gent voor de gezamenlijke kick off!

De consulentenweg of de consulenten weg?

Wat steevast in elk gesprek over de oprichting van de nieuwe organisaties naar boven komt, is de communicatie en de relatie met de sector.

Misschien waren bibliotheken verwend? Zij hadden immers hun eigen, unieke aanspreekpunt bij het VCOB: de bibliotheekconsulenten.

Met de consulenten kreeg het VCOB een gezicht, informatie vloog weg en weer. Bibliotheken leerden het VCOB kennen, en nog belangrijker: het VCOB leerde bibliotheken kennen.

Maar consulenten zijn generalisten: weten van alles iets, maar niet alles. Dus verwezen ze regelmatig door naar collega’s die inhoudelijk meer met een bepaald onderwerp vertrouwd zijn. En zo kreeg het VCOB meer dan één gezicht. Je kreeg Maja aan de lijn over het bibliotheekimago, of Frederika over de jeugdboekenweek, of Johan over VLACC, of Jean-Paul over RFID,… De consulenten hebben dus perfect gedaan wat van hen werd verwacht: ze maakten zichzelf overbodig.

Niet écht natuurlijk. Consulentencompetenties zijn voor een organisatie zoals het VCOB van levensbelang. En dat hadden projectmanagers goed begrepen. Consulenten werden ingezet bij allerlei projecten. Een project mag immers geen lucht blijven: er moet over gepraat worden, het moet voeten en handen krijgen, het moet aansluiten bij waar bibliotheken mee bezig zijn, … En laten nu net die consulenten daar sterk in zijn.

In de nieuwe organisatie is de consulentenfunctie niet meer voorzien. De vroegere consulenten worden ingezet in de nieuwe teams.

Dat er geen VCOB-consulenten meer zijn, zal niet betekenen dat de communicatiestromen met de sector stoppen. Die wederzijdse behoefte blijft. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid hier werk van te maken. Maar hoe?

In de voorbije gespreksgroepen kregen we al een aantal suggesties:
- Breng regelmatig zelf reflectiegroepen samen
- Engageer aanspreekpunten/brugfiguren uit de regio’s
- Suggereer agendapunten voor regiovergaderingen met “gastsprekers” uit de nieuwe organisaties
- …

Vul jij aan?

Maatschappelijke opdracht is niet voor een steunpunt.

Bij elk gesprek over de opdrachten voor de nieuwe organisaties, komen we telkens tot heel boeiende debatten. Ze leiden niet perse tot het schrappen of delegeren van opdrachten maar helpen om ze een juister gewicht te geven, in verhouding met de visie van de bibliotheken.

Sommige opvattingen hadden we niet verwacht.

Bijvoorbeeld over de rol van een steunpunt voor bibliotheken tegenover moeilijk bereikbare groepen en de integratie van de bibliotheek in haar maatschappelijke omgeving. De bibliothecarissen waren het opvallend eens. Dit thema is wel belangrijk, maar het steunpunt is niet de juiste organisatie om partners aan te spreken en te zoeken. Dat is vooral een opdracht die de bibliotheken in samenwerking en lokaal zelf moeten realiseren.

De integratie van de bibliotheek in haar maatschappelijke omgeving is afhankelijk van de lokale omstandigheden en dus vooral lokaal op te nemen. Dit kan voor een bibliotheek een beleidsprioriteit zijn, mits er een goede partner gevonden is.

Het steunpunt kan hoogstens visie en theorie aanbieden. Een eenzame tegenstem pleit toch voor een bredere aanpak van bijvoorbeeld laaggeletterdheid. “Dat is een heel belangrijk thema voor de bibliotheek en moet breder bekeken worden dan alleen maar lokaal.”

Wat denk jij?

Deelnemende bibliothecarissen Deelnemende bibliothecarissen

 Deelnemers aan een van de gesprekken over de steunpunten

Kick off

Wat stel jij je voor bij een ,,kick off’’? Een geconcentreerde shot tegen een bal voor de start van een gecontesteerde derby? Of nog krachtiger: de gigantische vuur- en stroomstoot bij de lancering van een raket? Five – four – three – two – one…. IGNITION !

Om naar uit te kijken? Hangt ervan af hoe voetbal- en/of luchtziekgevoelig je bent, en wat dat betreft heb ik pech: ik heb zowel een hekel aan extreem voetbalgeweld als aan duizelingwekkende snelheid.

En toch tel ik mee af voor de kick off. Onze kick off, van Cultuur Lokaal en VCOB.
Je weet: we draaien al een tijdje rond elkaar heen: gezamenlijk project hier, gedeelde communicatie daar… Wérken doen we al samen, nu gaan we ook nog samen slapen en daarna is het formeel. Serieus!
Ons Kelly – van VCOB maar we delen haar al – heeft de locatie uitgezocht: het Monasterium in Gent. Een klooster? Een slotklooster? Wat een keuze voor een jongedame die over amper enkele weken in het huwelijk treedt!

Ben eens gaan kijken op het internet. Slotklooster dus, maar ook wel meer dan dat: de temps en temps la terre touche un peu le ciel(*). Zie je die twee elkaar bijna rakende vingers? Wel zo stel ik me dat voor: de perfect evenwichtige invulling van een verwachtingvol verlangen. Ok, Kelly, ik begrijp het. En ik geef toe: het ziet er heel erg mooi en stemmig uit.
Ik heb Kelly nog niet gevraagd in welke vleugel we precies verblijven. Met een keuze tussen ,,maagdenvleugel’’ en ,,slot’’ kan je alleen maar hopen dat het de eerste is. Omwille van het perspectief natuurlijk.

Hoe dan ook: ik zie het wel zitten, die kick off. Mijn pyjama ligt klaar. Een wat kuis exemplaar: dat hoort zo in de gegeven context. De heilige Augustinus zou het zo hebben gewild: liefde zonder begeerte op te wekken. Waarom ik plots Augustinus uit de kast haal? Omdat één van de mooie ontmoetingszalen van het monasterium naar de eerwaarde is genoemd. En, lieve Kelly, als we nog kunnen kiezen: laat ons dan daar kickoffen. We kunnen ook kiezen tussen de zaal Maria, de zaal Magda en de zaal Lena. Maar die verscheurdheid voorspelt niks goeds.

Of ik me niet vergis? Ook daar weet Augustinus alles over:

Wie niet is, kan zich immers ook onder geen beding vergissen, en ik ben dus, als ik mij vergis. En omdat ik dus ben, als ik mij vergis, kan ik me onmogelijk vergissen in de uitspraak dat ik ben, aangezien het vaststaat dat ik ben, als ik me vergis.
Omdat ik dus, zelfs als ik me zou vergissen, iémand zou zijn, (namelijk) iemand die zich vergiste, vergis ik mij ongetwijfeld niet door te zeggen dat ik weet dat ik ben. Daaruit volgt dan weer, dat ik me ook niet kan vergissen door te zeggen dat ik wéét dat ik dat weet. Zoals ik immers weet dat ik ben, zo weet ik ook dat ik dat weet. En als ik die twee liefheb, voeg ik ook die liefde, als een soort van derde ding van niet geringere waarde, toe aan de dingen die ik al weet. Ik vergis mij immers niet ten aanzien van mijn liefde, omdat ik me niet vergis ten aanzien van de dingen die ik liefheb”.

Begrijp je? Er zijn dus drie dingen zeker: 1) het zijn, 2) het (al dan niet) vergissen en 3) de liefde. Laat er ons een vierde aan toevoegen: 4) de kick off van Cultuur Lokaal en VCOB. Met de voorgaande zekerheden kan die niet mislukken.

Five – four – three – two…

(*) In het Nederlands vertaald als ,,Soms ruikt de aarde naar een stukje hemel’’. Vind ik niet zo geslaagd wegens veel te aards. Snurkend gesnuif is toch niet met hemels? Nee toch? Het Franse citaat is veel eleganter, verbeeldingrijker, artistieker (Sorry, Bert).

De teen in koud water…

Hoe gaat dat in een mensenleven: je zit een tijdje op een stoel en plots begint het te wiebelen en te waggelen en te waaien. Er kan maar één conclusie zijn: tijd voor iets anders. Zo arriveerde ik amper acht maanden geleden met groot vertrouwen en veel goesting in de Arenbergstraat, de thuishaven van Cultuur Lokaal.

Veel acclimatisering werd mij niet gegund, het was nagenoeg meteen: inpakken en wegwezen. Verhuisplannen die al lang sluimerden dienden meteen, heute, maintenant, hic et nunc in praktijk gebracht. Nu direct? Goed, daar draait geen cultuurlokaler zijn hand voor om. Er werd opgeruimd, ingepakt en op een vroege donderdagochtend - half zeven ! - stond de kamion voor de deur. Ik had nooit de jongensdroom om met een verhuiswagen door Brussel-centrum te rijden, maar toch werd hij vervuld. En het heeft wel iets: Brussel vanuit een relatief verheven positie….

Met de korte rit ruilden we de Arenberg voor de Priemstraat, het beschermde kantoor Brussel, voor de poort van de Marollen. We zetten er onszelf te kijk in een voorlopig onderkomen dat in betere tijden winkelruimte was geweest. De idyllische plek waar we voortaan onze inspiratie zouden scherpen moest immers nog door professionele verbouwingshanden.

En tussen stof en as startte een aarzelende vrijage. Want we wisten het natuurlijk wel: de verhuis was de eerste stap naar een nieuw eengemaakt steunpunt. Het huis van vertrouwen en VCOB – ook een huis van vertrouwen zeker? – hadden de opdracht gekregen zich tot één nieuw steunpunt om te vormen. VCO… wie?

De Kriekelaar in Schaarbeek was voor mij - nog altijd nieuw - de eerste ontmoeting met de meeste van mijn nieuwe toekomstige collega’s. En het dient gezegd: het viel mee. Behalve dat we bij onze wederhelft-in-spe nogal arrogant, zelfvoldaan en zweverig bleken over te komen, waren er ook pralines van Neuhaus voor de verjaardag van Elly. Ik lust vooral de zwarte met praliné. En er waren er bergen van. Een opsteker! Nog een opsteker: langs weerszijden werd de eerlijke openheid gewaardeerd en het feit dat namen gezichten kregen, leidde sowieso tot een persoonlijker kijk op de affaire. Er bleek hoop te zijn, zeg maar, maar de dikke teen die beverig in het water werd gehouden kon alleen maar aarzelend vaststellen dat het water nogal koud bleek.

…wordt een verkwikkend warm bad

De tijd vliegt en de dingen gaan zoals ze gaan. Miek en Jan, onze respectieve directeuren, trekken de kordate kaart van langzaam maar zeker voortschrijdende samenwerking, mét onmiddellijke ingang. En ik moet zeggen: dat werkt.

Een nieuwe verhuis naar een nieuwe, nu definitieve, locatie, deed me een paar weken tegen een leeg bureau aankijken. Daar zou Carla komen zitten. Carla Martens, voorheen bibliotheekconsulent, nu onderweg naar de nieuwe functie van projectmedewerker in het nieuwe steunpunt . Al voor we het wisten bleken we voor elkaar bestemd: we delen immers het thema ,,gemeenschapsvorming’’. Ze is een toffe madam, kent de bibliotheeksector, is nieuwsgierig (ja, Carla, dat vind ik wel) en bekommerd om de thema’s die haar zijn toegewezen. Laat het ons zo stellen: we wakkeren elkaars werkijver en enthousiasme aan.

Vorige week hield de paashaas me een weekje thuis om wat extra tijd met mijn dochter te kunnen delen. Toen ik maandag terug kwam was Carla er al. Uitpakken, computer aanzetten, koffie halen… en dan zit ik weer recht over haar. Hé, zegt ze, dat is lang geleden. Weet ge dat ik u al begon te missen….

Ik heb mijn teen nog eens in de emmer gestoken en zie: geen koude rillingen meer. Warm vertrouwen heeft de koudwatervrees verdreven. Ik kan het weten.